Wij hebben het archi­tec­tonis­che thema voor deelplan 6.5 van Nes­se­lande — ‘de tuin­stad’ – op een eigen­ti­jdse manier ver­taald. De 136 eengezinswonin­gen en 4 zorg­wonin­gen voor sticht­ing Orion zijn uit­gew­erkt in een heldere blokken­struc­tuur met een duidelijk onder­scheid tussen de bin­nen– en buitenkant. Aan de buiten­z­i­jde ogen de blokken met de echte voorkan­ten formeel; de achterz­i­jde is wat informeler met waar mogelijk oud­er­wetse achterdeuren.

Pro­gram­ma­tisch hebben we ver­schil­lende typolo­gieën: een vari­ant op de klassieke kamer-​en-​suite won­ing passend bij de autovrije straten. Daar waar meer klassiek aan de straat wordt gewoond is een keuken aan de straat mogelijk. De zorg­wonin­gen zijn bedoeld voor moeil­ijk opvoed­bare tieners en licht geestelijk gehand­i­capte bewon­ers. Ze zijn bewust tussen de nor­male wonin­gen geplaatst en maken archi­tec­tonisch geen onder­scheid: zo wonen de bewon­ers in een zo nor­maal mogelijke woon­si­t­u­atie. Het is wel groepswo­nen voor een bij­zon­dere doel­groep: dus van bin­nen zijn het grotere wonin­gen (2 geschakelde groepswonin­gen zijn vergelijk­baar met 3 ‘nor­male’ wonin­gen) die volledig tech­nisch zijn aangepast.

Archi­tec­tonisch maakt het plan een duidelijk onder­scheid tussen de harde buiten­rand met een drie-​laagse gevel, en de intieme bin­nenkant waar kap­pen het straat­beeld bepalen. Dit onder­scheid komt ook terug in het ritme van het blok: de grote maat aan de buiten­z­i­jde met lange blokken, een door­gaande dak­lijn en indi­vidu­ele accen­ten die duidelijk ondergeschikt zijn aan het blok. Aan de bin­nen­z­i­jde wordt het beeld gedicteerd door indi­vidu­ele trapgevels boven entrees die de door­lopende kap­pen naar de achter­grond ver­drin­gen. Het samen­bindende ele­ment is de aan­pak van de gevel. Alle gevels zijn ont­wor­pen vanuit een met­sel­w­erkraster dat zich man­i­fes­teert als een ‘schaak­bord’ met een duidelijke, maar sub­tiele wis­sel­ing van struc­tuur bij gelijk­bli­jvende steen­kleur. Bin­nen dit raster vallen ramen, deuren, erk­ers, maar ook trapgevels als vanzelf­sprek­end op hun plaats.

Het tuin­stad gevoel is ver­sterkt door het over­heersende groene karak­ter in de open­bare ruimte. De auto-​overlast op straat is beperkt door het park­eren te con­cen­tr­eren in bin­nen­hoven. De lus voor de auto-​ontsluiting wordt aangek­leed met bomen. De auto-​hoven en privé-​tuinen wor­den door hagen afgeschermd, en de voorkan­ten van de wonin­gen liggen aan groene bin­nen­straat­jes, open­baar groen, of hebben voor­tu­inen of plantenbakken.

Opval­lend aan dit buurtje met huur­wonin­gen in de sociale sec­tor zijn de geblokte gevels in oranje en rode bak­steen. Dit deel van Nes­se­lande is uit­gew­erkt vol­gens de principes van de tuin­stad uit de jaren twintig en der­tig van de vorige eeuw. Dit komt tot uit­drukking in de opzet van de buurt met hoge bak­steengevels aan de ran­den en de meer intieme bin­nen­straat­jes met kap­pen, dakkapellen en trapgevels; een knipoog naar de oud-​Hollandse architectuur.

FARO Architecten Lisserbroek

land­goed de olmen­horst
lis­ser­weg 487d
2165as lisserbroek

ves­tig­ing oost
buurtweg 43
6971km oeken

+31 (0) 252 414777
info@​faro.​nl

FacebookTwitterPinterestLinkedinYoutube